Veerse meer (dit viswater is recent teloor gegaan voor het vliegvissen op Salmoniden)
Tekst: François Stuckens
Deze enorme slok water is een afgesloten zeearm, ontstaan door
het aanbrengen van een dam bij Vrouwenpolder en één bij Kats aan de
Oosterschelde waar tevens een schutsluis aangebracht werd. Hierdoor bleef de
toegang voor de scheepvaart die voor-namelijk uit pleziervaart bestaat
mogelijk.
De oevers rondom het Veerse Meer bestaan voornamelijk uit duinen en dijken met
mooie natuurlijke bebossing, rietvelden, enkele eilanden en prachtige
slikplaten.
Op deze prachtige beschermde natuurgebieden bevinden zich winter en zomer een
massa watervogels die een bijzondere attractie vormen voor de
natuurliefhebbers.
Het vissen gebeurt hier dus op een zeer natuurlijk uitziende waterpartij,
waarop kort na de afsluiting de Nederlandse Delta Federatie begonnen is met het
uitzetten van behoorlijke hoeveelheden beek- en regenboogforellen.
Door het enorme voedselaanbod bleken deze forellen het bijzonder goed te doen
op dit relatief zoute water, en groeiden
dan ook op korte tijd uit tot flinke joekels. Vissen tussen de
50 en 70 cm behoren tot de mogelijkheid van de vliegvisser die voldoende
doorzettingsvermogen heeft.
Op het Veerse Meer wordt er in het voorjaar en het najaar vis uitgezet. In het
verleden is gebleken dat vlak na de visuitzettingen enorme scholen pootvis
aanwezig waren. Bepaalde vissers die het niet zou nauw namen met de
meeneembeperking (vier vissen per dag) konden soms op enkele dagen enorme
hoeveelheden kleine forel wegvangen. Om hieraan halt toe te roepen heeft men
besloten twee gesloten perioden in te voeren: in het voorjaar van 15 april tot
15 mei en in het najaar van 15 september tot 15 oktober.
Hierdoor kreeg de vis een betere kans om zich te verspreiden en zich aan te
passen aan het aanwezige voedsel, dat voornamelijk bestaat uit een rijk aanbod
van garnaalachtigen en kleine visjes waardoor de forellen groeien als kool (zie
foto hierboven met beek van 64 en regenboog van 57 cm)
Na deze sluitingsperioden is het vaak goed vissen. Naast de overjaarse en
ondertussen flink uitgegroeide forellen is er nu ook veel kleinere pootvis
aanwezig.
Wie het op de grote beekforellen gemunt heeft zal deze vaak diep moeten zoeken
langs het steile talud.
De regenbogen daarentegen zitten vaak s'morgens in het ondiepe water.