Vliegvistips voor de beginnende vliegvisser op rivier
Tekst: André Schueremans
Het is zover! De vliegvismicrobe heeft je te grazen
genomen. Via internet of een andere bron heb je onze club ontdekt. Op een
dinsdagavond ben je eens komen kijken hoe het er hier aan toe gaat. Meteen was
je overtuigd: dit is "the place to be!".
Misschien komt jou deze vliegvisdoenerij over als één grote jungle. Al die
verschillende soorten vliegen! Welke moet ik nu gebruiken? Hoe moet ik daar nu
mee vissen? Welke hengel en vliegenlijn moet ik mij aanschaffen? Wat moet ik
allemaal bij de hand hebben wanneer ik daar in het midden van een rivier met
mijn vliegenhengel sta te zwaaien in de hoop een forel of vlagzalm te
verschalken?
Geen paniek! Het ziet er allemaal nogal ingewikkeld uit doch dit is slechts
schijn. Na je eerste seizoen als vliegvisser ga je, dank zij je eigen
ervaringen en vooral door de informatie die je in onze club gaat bekomen, al
een grote stap vooruit gezet hebben. Ziehier enkele tips die je al heel wat op
de goede weg zullen helpen.
Wat moet ik allemaal in mijn bezit hebben bij een
vliegvisbeurt?
Onontbeerlijk:
-
Vliegenhengel
-
Vliegenlijn + reel
-
Leader(s)
-
Spoeltjes nylon van 0,10 - 0,12 - 0,14 - 0,16 ,.. mm diameter
-
Lieslaarzen of waadpak (rivier)
-
Vliegendozen: met vakjes voor droge vliegen - met foam voor nimfen, streamers .
-
Scherp schaartje of nagelknipper
-
Naald of veiligheidsspeld om dichtgelakte ogen open te maken of om knopen te
ontwarren
-
Arterietang om een diep gehaakte vlieg te verwijderen
-
WC-papier in een gesloten plastic zakje (kan soms heel nuttig zijn en is
slechts bruikbaar als het droog is!)
-
Rolspeldje(s) om iets aan te hangen (schaartje ed.)
Wenselijk:
-
Schepnet
-
Zinkmiddel om de leader beter te doen afzinken
-
Slijpsteentje om de haakpunten te scherpen
-
Beetverklikkers
-
Lijnvet om de punt van de vliegenlijn in te vetten zodat die goed blijft
drijven
-
Droge kledij in geval je in een rivier een ongewenst bad genomen hebt
-
Drijfmiddel voor droge vliegen
-
Polaroïd zonnebril
-
Pet of hoed
-
Regenjasje
Eventueel:
-
Leadermapje om je leaders in op te bergen
-
Hagelloodjes om op de leader te knijpen (dieper afzinken)
-
Amadou (een soort zwam waarmee men een nat geworden droge vlieg kan drogen)
-
Rolmeter om de gevangen vis te meten
-
Waadstok (rivier)
Soorten vliegenlijnen
1. Volgens het verloop (opbouw) van de lijn onderscheiden wij voornamelijk:
WF-lijnen = "Weight Forward"-lijnen d.w.z. het meeste gewicht van de
lijn ligt in het voorste gedeelte, namelijk het gedeelte dat uit het topoog van
je hengel in de lucht beweegt.
DT-lijnen = "Double Taper"-lijnen = dubbel tapse lijnen, d.w.z. de
vliegenlijn is langs beide uiteinden symmetrisch opgebouwd.
Een beginnende vliegvisser (werper) schaft zich best een WF-lijn aan omdat het
gedeelte lijn dat hij in de lucht moet houden zwaarder weegt dan bij een
DT-lijn. Meer gewicht betekent gemakkelijker werpen omdat men de lijn, door
haar groter gewicht, beter aanvoelt. Geen nood! Indien je al over een DT-lijn
beschikt, lukt het ook wel.
2. Volgens de eigenschap van de lijn:
F = "Floating" (drijvend)
S = "Sinking" (zinkend)
I = "Intermediate" (zeer langzaam zinkend)
F/S = voorste gedeelte zinkt, de rest blijft drijven. Men spreekt hier
ook van een "sink-tip". Het zinkend gedeelte kan 1 tot 9 m bedragen.
3. Volgens het gewicht van de lijn:
Dit gewicht wordt met een cijfer uitgedrukt. Hoe hoger het cijfer, des te hoger
is het gewicht van de lijn.
Op de doos of op het spoel van een vliegenlijn kan je deze 3 bovenvermelde
elementen terugvinden.
Voorbeelden:
DT-4-F is een dubbeltapse-lijn in de gewichtsklasse 4 en het gaat om een
drijvende vliegenlijn.
WF-6-S is een "Weight-Forward"-lijn in de gewichtsklasse 6 en het gaat om een
zinkende vliegenlijn.
Soorten hengels:
Er bestaan:
-
Hengels met topactie: deze buigen vooral in bovenste gedeelte. Het zijn
strakkere hengels die een snelle actie hebben.
-
Hengels met een parabolische actie: deze buigen over hun ganse lengte en hebben
dus een langzame actie.
-
Hengels met een semi-parabolische actie: hebben een actie die zich situeert
tussen de beide vorigen.
Welke soort hengel je kiest hangt een beetje af van je persoonlijke smaak..
Indien je een vliegenhengel wenst te kopen zou je aan de winkelier moeten
vragen of je de hengel even mag testen m.a.w. mee mag werpen. Eerste vereiste
is natuurlijk dat die winkelier over een werpruimte beschikt en dat jijzelf al
een beetje kan werpen.
Hengels hebben ook een gewichtsklasse en die wordt uitgedrukt met de benaming
"AFTMA" gevolgd van een cijfer; hoe hoger het cijfer, des te zwaarder de
hengel.
Het gewicht van de vliegenlijn moet overeenstemmen met het gewicht van de
hengel! Bij een hengel AFTMA 5 hoort een 5-lijn. Een speling van één cijfer
naar boven of onder is dikwijls mogelijk. Zo zal een 5-hengel meestal wel een
4- of 6-lijn kunnen werpen. Bij een groter verschil naar boven toe, zoals
bijvoorbeeld een 5-hengel met een 8-lijn, ga je de hengel overbelasten. Als je
dan nog vele meters lijn en dus veel gewicht in de lucht hebt zou je wel eens
kunnen brokken maken.
Tenslotte hebben hengels nog een bepaalde lengte en die wordt uitgedrukt in
aantal "voeten" (feets). Een voet is +/- 25 cm.
Ik had je reeds aangeraden een WF-lijn te kopen. Welke hengel koop ik daarbij?
In welke gewichtsklasse? Hoe lang moet die hengel zijn? Welke vliegenlijn? Voor
de riviervisserij: een parabolische of semi-parabolische hengel - AFTMA 5 - 8,5
à 9 voet + een WF-5-F.
Soorten leaders:
Een leader is het verbindingsstuk tussen je vliegenlijn en je vlieg. Er zijn
vele soorten leaders waarvan ik slechts de voornaamste vernoem.
-
Knooploze fabrieksleaders zijn monofiel (ééndradig) en hebben een taps verloop
(van dik naar dun)
-
Gevlochten leaders bestaan uit verschillende delen nylon die in mekaar
gevlochten zijn + een monofiel gedeelte (al dan niet taps verlopend)
-
Leaders bestaande uit een soort holle gevlochten nylon buis die overgaat in een
monofiel gedeelte (al dan niet taps verlopend) zoals de polyleaders van het
merk Airflo
De hiervoor vernoemde leaders drijven indien men ze invet. Ze zinken indien men
ze met een zinkmiddel behandelt.
Verder zijn er nog zinkende leaders, gaande van traag tot snelzinkend. Zulke
leaders "werpen" vanwege hun gewicht moeilijker dan drijvende leaders.
Op rivier gebruiken wij best taps verlopende leaders. Deze "slaan beter over"
wat dan ook een betere presentatie (landing) van de vlieg teweegbrengt. Ze zijn
zeker aan te raden voor het vissen met de droge vlieg omdat hier een goede
presentatie zeer belangrijk is!
Hoe verbind ik mijn leader aan de vliegenlijn?
Mijn advies luidt: een "lus-in-lusverbinding".
Hiervoor dient zowel het uiteinde van de vliegenlijn als het bovenste gedeelte
van de leader op een lus te eindigen. Om de beide lussen in elkaar te doen
schuiven is er slechts één juiste manier:
Schuif de lus van de leader over de lus van de vliegenlijn >
Steek de punt (dunste stuk) van de leader door de lus van de vliegenlijn >
Trek de leader verder door tot de twee lussen in mekaar schuiven. Niets is
makkelijker!
Dit systeem heeft het grote voordeel dat je, volgens de hengelsituatie, snel
van leader kan wisselen!
Hoe maak je een lus op het uiteinde van je vliegenlijn?
Systeem 1: Bevestig een lus aan je vliegenlijn via een
"loop-on-junction" (is apart te koop). Een loop-on-junction is een stukje holle
gevlochten nylon buis dat eindigt op een lus. Op de nylon buis is een plastic
hulsje (quick joint) geschoven. Schuif het plastic hulsje zover mogelijk naar
de lus toe en schuif vervolgens de vliegenlijn in de loop-on-junction tot tegen
het plastic hulsje. Schuif nu het plastic buisje over de vliegenlijn tot bijna
op het einde.van de loop-on-junction. Breng een lekje secondenlijm aan op
hetuiteinde en schuif snel het plastic hulsje er over heen. Muurvast!
Systeem 2: maak een lus in je vliegenlijn.
Onderhoud van vliegenlijn en leader gedurende het
vliegvisseizoen
-
Reinig om de 4 à 5 visbeurten je drijvende vliegenlijn met een lauw zeepsopje
(geen detergent) en vet ze terug in (Permagrease e.d.). Indien je vanaf de
oever vist ligt je vliegenlijn dikwijls op een modderige bodem. Een
supplementaire reinigingsbeurt is aan te raden want een modderige vliegenlijn
schuurt de geleideogen van je hengel uit en veroorzaakt dus een vroegtijdige
slijtage.
-
Tijdens je visbeurt reinig je ook best eens de laatste 2 à 3meters (punt) van
je vliegenlijn met een cleaner, zeker als je opmerkt dat dit deel niet goed
meer drijft. Na het cleanen vet je dit gedeelte dan terug in.
Vele vliegvissers vetten hun vuil geworden vliegenlijn terug in zonder ze te
cleanen. Aldus kleven ze al de smurrie vast op hun lijn wat dus zeker te
vermijden is!
-
Als je "droog vist" met een gevlochten leader moet je die regelmatig invetten;
zoniet neemt hij water op en begint te zinken.
-
Reinig af en toe ook de geleidingsogen van je hengel door er een propere doek
door te halen.
-
Als je reel niet goed meer functioneert kan het voldoende zijn om hem even
onder water te dompelen om het euvel te verhelpen; terug thuis kan je dan
grondiger te werk gaan door het molenhuis te reinigen met een doek en eventueel
nieuw molenvet aan te brengen.
DE PRAKTIJK :
In het vliegvissen spreken wij van:
-
"droog vissen" namelijk met de droge (drijvende) vlieg.
-
"nat vissen" namelijk het onderwatervissen. Hierin onderscheiden wij: Het
vissen met larven, nymfen, natte vliegen, streamers, emergers.
Larven ontstaan uit de eitjes van bepaalde insecten. De meest bekende en meest
gebruikte is de larve van de kokerjuffer (in het engels: "sedge" - in Amerika
spreken ze van "caddis")
Nimfen zijn in feite onderwaterdiertjes die voortspruiten uit de eitjes van
ééndagsvliegen doch in het vliegvisjargon wordt het woord 'nimfen' ook
bijvoorbeeld gebruikt als men met larveimitaties vist.
Natte vliegen bootsen dode of verzopen volwassen insecten na of ook volwassen
vrouwelijke insecten die hun eitjes onder water afzetten.
Streamers bootsen een soort visje na.
Emergers bootsen uitkomende insecten na die van de bodem naar de oppervlakte
opstijgen om daarna uit te vliegen als volwassen insecten.
Het vissen met de droge vlieg
In welke richting werpen?
-
Volledig stroomop: dit vraagt veel arbeid omdat men constant moet contact
houden met zijn vlieg door de vliegenlijn te verkorten (binnenstrippen) -
indien men de vlieg slechts enkele meters stroomop werpt hoeft men niet binnen
te strippen; dan volstaat het de hengel langzaam opwaarts te heffen (opliften),
de vlieg van het water te halen en in één beweging terug in te werpen - het
voordeel is dat men de vis zeer kort kan benaderen omdat die steeds stroomop
kijkt.
-
Schuin stroomop is naar mijn oordeel de meest geschikte manier als het om de
visserij op forel gaat. Haal de vlieg terug van het water als ze tot op jouw
hoogte afgedreven is.
-
Volledig stroomaf werpen is typisch bij het vissen op vlagzalm. Bij de afworp
stop je de hengel op 12 uur zodat de vliegenlijn en vlieg kort voor jou op het
water landt. Door de hengel langzaam te laten zakken zal de vlieg nu over een
lange afstand ongehinderd met de stroming afdrijven en dit is noodzakelijk want
de vlagzalm bestudeert lange tijd de vlieg alvorens toe te happen. Door het
feit dat de vlagzalm minder schuw is dan de forel stoort het niet dat je
tamelijk kort in zijn gezichtsveld komt.
Interessante plaatsen om naartoe te werpen:
-
Voor forel: ter hoogte van rotsblokken, uithollingen in de bodem, vlak tegen de
oever naast een felle stroming (zeer goed in het voorjaar!), onder takken,
tegen boomstammen die in het water liggen .
-
Voor vlagzalm: in stroomgeulen waar het water (en het voedsel) zich op één
strook concentreert.
Bij de aanvang van het seizoen is het rivierpeil meestal hoger en is er dus
meer stroming. Zoek dan de kalmere plekken op naast de felle stroming.
Naargelang het seizoen vordert zoekt de vis meer en meer de stroming op omdat
daar meer zuurstof aanwezig is.
Zeer belangrijk:
-
De droge vlieg mag geen sporen trekken ("drag") in het water maar moet op een
natuurlijke manier, als een echt insect, met de stroming meedrijven.
Uitzondering hierop is het vissen met sedges. Een sedge "schaatst" dikwijls
over het water wat natuurlijk de aandacht van de vissen trekt. Zo kan men
doelbewust zijn droge sedgevlieg over het wateroppervlak trekken en dus sporen
in het water veroorzaken.
-
Tevens moet de leader mooi uitgestrekt op het water landen.
Dikte van de leaderpunt: Van 0,08 mm tot 0,16 mm.
Hoe sneller de stroming, hoe dikker men mag gaan en omgekeerd. De vis ziet
minder goed door het gebroken wateroppervlak en heeft minder tijd om de
passerende vlieg te bestuderen. Hoe minder helder het water, hoe dikker en
omgekeerd.
Vlagzalm is schuw van nylon; vis dus steeds dunner dan bij forelvisserij!
Grootte van de vlieg: Hoe meer stroming, hoe groter de vlieg en
omgekeerd.
Hoe minder helder water, hoe groter de vlieg en omgekeerd.
In het begin van het seizoen gebruikt men grotere vliegen en naargelang het
seizoen vordert kleinere.
Volgens de soort vis: voor vlagzalm kleinere vliegen en voor forel grotere.
Wat is nu groot?:
-
haakmaat 10 à 12 = groot
-
haakmaat 14 à 16 = middelmatig
-
haakmaat 18 en kleiner = klein
Het vissen met de natte vlieg:
Wanneer onze natte vlieg een dood insect nabootst, moet ze ook bewegingsloos
met de stroming afdrijven. Men spreekt hier van " vissen in dead drift" (zie
verder onder "nimfen").
Wanneer wij daarentegen een ei-afleggend insect willen nabootsen, dienen wij
onze natte vlieg met schokjes door het water te laten bewegen.
Men kan de natte vlieg als enige gebruiken; men kan ze ook aan een zijlijntje
(dropper) binden in combinatie met een verzwaarde nimf op de punt en eventueel
nog een derde vlieg aan een zijlijntje. Dit heeft als voordeel dat men op drie
verschillende diepten vist.
Het vissen met de nimf of de larve:
Wanneer men zijn nimf kort bij de bodem vist heeft men het meeste succes; dit
is zeker het geval in het voorjaar. Dus vissen wij best met verzwaarde nimfen
doch dit volstaat niet! De kunst is ook de vlieg zo lang mogelijk tegen de
bodem te houden! Hiervoor ga ik als volgt tewerk.
Op de leaderpunt knijp ik één of twee loodhagels op +/- 30 cm van de verzwaarde
nimf. In kabbelend water heb ik de gewoonte om dwars in te werpen en schuin
stroomaf te nimfen. Om de nimf diep te doen afzinken bij het stroomaf vissen
stop ik de hengel bij de voorwaartse afworp op 12 à 1 uur zodat de vliegenlijn
tamelijk kort bij mij op het water landt. Onmiddellijk daarna laat ik mijn
hengeltop neerwaarts zodat de leader vrij kan afzinken en mend ik de
vliegenlijn, d.w.z. ik verleg de stroomafwaartse bocht in mijn vliegenlijn
(veroorzaakt door de stroming) met een beweging van de hengeltop terug
stroomopwaarts.
Bij dieper water en/of meer stroming werp ik nog wat vliegenlijn na teneinde de
nimf samen met de loodhagels nog dieper te doen belanden. Na een betrekkelijk
lange afzinkfase neem ik contact op met mijn vlieg om dan de rest van de drift
effectief uit te vissen. Hierbij volg ik met de hengeltop de afdrijvende
vliegenlijn zonder af te remmen en blijf ik, indien nodig, de lijn menden. Ook
kan ik de afdrift verlengen door telkens bij het menden supplementair
vliegenlijn uit mijn topoog te laten schieten. Deze manier van vissen noemt men
vissen in dead drift. Zo blijft mijn nimf tegen de bodem en drijft ze op een
natuurlijke manier metde stroming mee. Op het einde van de drift zal de nimf
uitzwaaien en door de stroming omhoog geduwd worden wat op een opstijgend
(emerger) insect lijkt.
In plaats van dead drift kan men zijn vlieg ook actief doen bewegen door
bijvoorbeeld kleine schokjes met de hengeltop te geven, door de afdrift
eventjes tegen te houden zodat de nimf van de bodem loskomt enz.
Ook kan men schuin stroomop of volledig stroomopwaarts nimfen wat natuurlijk
meer binnenstrippen van de lijn vergt.
Het vissen met emergers:
Men kan ze vissen :
-
Half water
-
Kort onder het wateroppervlak
-
In de waterspiegel (gesopt)
Blaas de emergers wat leven in door de lijn tegen te houden en wat schokjes met
de hengeltop te geven waarna men ze terug even laat afdrijven of laat ze gewoon
passief afdrijven.
Het vissen met streamers:
Werp de streamer dwars over de stroming heen en laat hem gewoon afdrijven of
geeft korte, vinnige rukjes aan de vliegenlijn. Op het einde van de drift
stript men met korte rukjes terug binnen.
Hoe registreert men de beten bij het "nat vissen"?
-
Men gebruikt een beetverklikker.
-
Men houdt het uiteinde van de vliegenlijn of de leader scherp in het oog.
-
Men houdt de hengel lichtjes schuin opwaarts zodat de vliegenlijn in een bocht
naar beneden hangt. Men kijkt aandachtig naar die bocht. Bij een eventuele beet
zal die bocht iets strakker aanspannen wat het signaal is om aan te slaan.
Tot slot:
Er kan nog veel meer verteld worden en iedereen heeft zo zijn eigen manier van
vissen. Indien je echter al wat ik hier verteld heb toepas dan ben ik ervan
overtuigd dat je snel een goede vliegvisser zal worden!