Frank Sawyer flyfishing club
Online

Submenu:

Vliegvistips voor de beginnende vliegvisser op stilstaand water

Je hebt misschien ondertussen met je beperkte kennis van riviervissen (zie deel 1) je eerste forel aan de vlieg op de rivier gevangen en je bent vanaf nu helemaal verk(n)ocht aan de vliegvissport.
Wel buiten het riviervissen bestaat er nog een tweede tak in deze sport nl. vliegvissen op stilstaand water of wat eigenlijk verkeerdelijk hier reservoirvissen wordt genoemd.
Immers in België bestaan geen echte reservoirs (een reservoir is nl. een waterplas, die ontstaan is door de bouw van een dam).

Nu, je zal al wel ondervonden hebben dat bij het riviervissen heel wat kennis bij te pas komt.Wel voor het "reservoirvissen" komt er nog iets meer bij kijken, daar de meeste reservoirs groot en diep zijn.
Hier komt het vooral op aan om de juiste lijn keuze te maken in combinatie met je vlieg(en).

Maar geen paniek! Met de informatie, die je op de volgende bladzijden van dit tijdschrift gaat bekomen, ga je al een grote stap vooruit gezet hebben als je aan de waterkant komt.

Wat moet ik allemaal in mijn bezit hebben bij een vliegvisbeurt?

In grote lijnen is dit hetzelfde als voor de rivier visserij. De enige twee verschillen zijn:
  • De dikte van de spoeltjes nylon, zeker als er grote vissen te verwachten zijn.
    Ik opteer dan voor 0,18-0,20-0,22 en dikker
  • Het aantal lijnen, die men gebruikt (zie Soorten vliegenlijnen).
Wat soms ook handig is, is een boot of een belly-boot. Zeker in de zomer als het warm is en de vissen naar de diepere stukken trekken, komt één van beide goed van pas, want de diepere stukken zijn dikwijls in het midden van het "reservoir" gelegen en niet bereikbaar vanaf de oever (bank).

Soorten vliegenlijnen

Hiervoor verwijs ik naar het artikel "Tips voor de beginnende vliegvisser Deel 1" van André Schueremans in ons vorig tijdschrift en het artikel "Hoeveel vliegenlijnen heeft een doorwinterde reservoirvisser nodig?" van mezelf in het Najaar tijdschrift van 2002. Nu, voor diegenen, die deze artikels niet gelezen hebben, kan ik wel het volgende zeggen:

Indien je een beginnende vliegvisser bent en je wilt op een reservoir vissen met een diepte tot 4 meter kan je met de volgende 3 lijnen al goed van start gaan:
  • Een drijvende lijn in de klasse 7 - 8
  • Een intermediate lijn in de klasse 7-8 met een zinksnelheid van om en bij de 1,5 ins/sec.
  • Een HSHD/Di 5 (high Speed High Density) lijn in de klasse 7-8 met een zinksnelheid van om en bij de 3,75 à 5,5 ins/sec.
Indien het reservoir dieper is komen er nog een enkele lijnen bij zoals Hoover lijn (juist onder de waterspiegel)
  • Een S2 (2 à 2,5 ins/sec)
  • Een DI 3 (3 ins/sec)
  • Een DI7 (7 ins:sec) en/of DI8 (8 ins/sec).

Soorten hengels:

Zoals André in het artikel voor de beginnende riviervissers geschreven heeft, zijn er drie verschillende types van vliegenhengels nl. Hengels met een topactie , een parabolische of een semi-parabolische actie.

Ik persoonlijk kies voor een topactie daar er bij het vissen op stilstaand water nogal eens verre worpen moeten gemaakt worden om bij de vis te komen.

Nu, de keuze van de hengel hangt een beetje af van je persoonlijke smaak.
Dus als je een hengel wil aanschaffen vraag je best aan één van onze clubleden, die een dergelijke hengel hebben, of je er eens mee mag werpen bv. op een clubuitstap of tijdens de werplessen, of je vraagt aan de winkelier waar je je hengel wil kopen of je er eens mee mag werpen.


Nu, de gewichtsklasse van de hengel voor het vissen op stilstaand water is best van het type aftma 7 of 8.
Deze hengels laten zonder probleem het vissen met kleine nimfjes toe evenals het gooien van grote streamers, wat soms toch nodig is op stilstaand water.
Wat de lengte betreft, kiest men best voor een 9,6 of 10 voet als men vanaf "de bank" (oever) vist en 11 voet of meer als met vanuit een boot of belly-boot vist.

Soorten leaders

In tegenstelling tot met de riviervisserij, opteer ik voor het vissen op stilstaand water voor een leader volledig opgebouwd uit één stuk nylon ofwel opgebouwd uit drie stukken nylon van verschillende dikte.Dus qua leaderbouw vind ik het stilwater vissen een heel stuk makkelijker.
Waarom is dit zo?
Wel op stilstaand water vissen we voor 95% van de tijd onder de waterspiegel, dus hangt de presentatie van de vlieg vooral af van de beweging, die men er zelf aan geeft.
Ik gebruik daarom meestal het duurdere fluocarbon, dat vanzelf zinkt en dat veel sterker is dan gewone nylon, waardoor ik dunner kan vissen en mijn vliegen natuurlijker door het water bewegen.
Meestal kies ik voor een leader opgebouwd uit één stuk nylon, zeker als ik met streamers vis. Alleen als de visserij echt zeer moeilijk is en men met zeer kleine nimfen moet vissen, kies ik voor een leader uit drie delen in verschillende diktes nylon. Ik opteer voor dit laatste dan omdat de leader makkelijker overslaat als er wind is, waardoor mijn leader niet in de knoop komt te zitten (ik vis meestal met drie vliegen). Ik kies enkel voor een tapse leader als ik met de droge vlieg vis. In dit geval is de presentatie van groot belang en moet de vlieg mooi op het water landen.
Wat de lengte betreft, kies steeds voor een lengte van om en bij de 6 meter ongeacht of ik met één, twee of drie vliegen vis. Je zult misschien zeggen dat dit lang is en moeilijk voor een beginner om mee te werpen. Wel daar ik ga volledig mee akkoord, maar je kan beter van in het begin met een lange leader leren vissen. Dit geeft je later voordeel bij het werpen als je naar twee of drie vliegen overstapt en je vergroot serieus je vangstkansen. Immers als je met drie verschillende vliegen vist, vis je ook drie verschillende dieptes af en vergroot je je kans op meer vis.
Als ik mijn leader opbouw uit drie verschillende diktes van nylon of als ik met drie vliegen vis gebruik ik hiervoor de Surgeon's knoop of waterknoop. Dit is één van de gemakkelijkste knopen en één van de beste knopen om leaders op te bouwen en/of om droppers te maken. Voor droppers laat men het uiteinde dat naar beneden wijst staan.
Na iedere visdag vervang ik mijn leader door een nieuwe zodat de kans op het verliezen van een vis geminimaliseerd wordt. Dit is wel een iets duurdere zaak zeker als je met fluocarbon vist.
Maak een lus van beide lijnen. Draai de uiteinden drie maal door de lus Bevochtig en rek zachtjes aan

Hoe verbind ik mijn leader aan de vliegenlijn?

Mijn advies luidt: een "de lus-kunstaasknoop".
Deze knoop gebruik je normaal om je vlieg aan je leader te zetten.
De kunstaasknoop

Hoe maak je een lus op het uiteinde van je vliegenlijn?

Ik bevestig een lus aan mijn vliegenlijn met een "loop-on-junction".Een loop-on-junction is een stukje holle gevlochten nylon buis (eigenlijk backing) dat eindigt op een lus.Op de nylon buis is een plastic hulsje (quick joint of siliconen slangetje) geschoven. Schuif het plastic hulsje zover mogelijk naar de lus toe en schuif vervolgens de vliegenlijn in de loop-on-junction tot tegen het plastic hulsje. Schuif nu het plastic buisje over de vliegenlijn tot bijna op het einde.van de loop-on-junction. Breng een lekje secondelijm aan op het uiteinde en schuif snel het plastic hulsje er over heen. Muurvast!
De loop-on-junction is apart te koop in de viswinkel of je kunt ze zelf maken van gevlochten backing zoals hieronder in de volgende paragraaf beschreven.
Als je de "Loop-on-junction" zelf wilt maken, neem je een stukje gevlochten backing en een stopnaald. Je steekt het ene uiteinde in je stopnaald en de punt van je stopnaald steek je een 4-tal cm van dit uiteinde in het gevlochten buisje en je trekt de naald door het midden van het gevlochten buisje tot het uiteinde dat in het oog van de naald zit, volledig in het holle buisje zit. Vervolgens breng je secondelijm op de plaats waar het uiteinde in het buisje zit en klaar is kees. Vervolgens schuif je over het buisje een stukje siliconenslang van 1 à 2 mm met een lengte van 1,5 à 2 cm en je "Loop-on-junction is af".

Onderhoud van vliegenlijn gedurende het vliegvisseizoen

  • Reinig om de 4 à 5 visbeurten je vliegenlijn met een lauw zeepsopje (geen detergent). Verder hoef je niets te doen behalve als het een drijvende lijn is, dan moet je ze terug invetten met bv. Permagrease of iets dergelijks om ze terug te laten drijven.
    Waarom zo dikwijls je lijn reinigen?
    Immers indien je vanaf de oever vist, ligt je vliegenlijn zeer dikwijls op een modderige bodem en komt er vuil op je vliegenlijn te zitten.
    Dit vuil veroorzaakt vroegtijdig slijtage aan je vliegenlijn. De vuile en vroegtijdige versleten vliegenlijn schuurt op zijn beurt de geleideogen van je hengel uit en veroorzaakt eveneens een vroegtijdige slijtage aan je hengel.
  • Reinig af en toe ook de geleidingsogen van je hengel door er een propere doek door te halen.
  • Als je reel niet goed meer functioneert, kan je het voldoende zijn om hem even onder water te dompelen om het euvel te verhelpen; terug thuis kan je dan grondiger te werk gaan door het molenhuis te reinigen met een doek en eventueel nieuw molenvet aan te brengen.

DE PRAKTIJK

Het vissen met de droge vlieg

In welke richting werpen?
  • Bij het vissen van een droge vlieg op stilstaand water probeert men steeds vissen aan te werpen, die insecten van het wateroppervlak nemen. Meestal maken deze vissen zich kenbaar door een kring op het wateroppervlak. Aan de hand van deze kringen moet de visser trachten uit te maken in welke richting de vis zwemt. Eens men de richting weet presenteert men de droge vlieg een meter of twee voor de zwemmende vis. (Indien men met een drijvende lijn aan het vissen is, kan men op dezelfde manier zoals hierboven, ook stijgende vissen aanwerpen met natte vliegen).
  • Indien er niet veel vissen stijgen, doet men best een worp en wacht men enkele minuten. Indien men na enkele minuten nog geen aanbeet heeft gekregen, geeft men een rukje aan de vlieg en wacht men opnieuw enkele minuten. Heeft dit nog geen succes, dan doet men een nieuwe worp, waarbij de vlieg op een andere plaats terechtkomt en herhaalt men de vorige stap indien van toepassing.
Dikte van de leaderpunt:
Van 0,14 mm tot 0,25 mm. Hoe groter de vis, hoe dikker men mag gaan en omgekeerd. Hoe groter de vlieg, hoe dikker men moet gaan om het opdraaien van de leader te voorkomen. Hoe schuwer de vis, hoe dunner men moet vissen met alle risico's van dien (mogelijk lijnbreuk)

Grootte van de vlieg:
Hier zijn twee regels namelijk:
  • In het begin van het seizoen gebruikt men grotere vliegen en naargelang het seizoen vordert kleinere.
  • Indien je later in het seizoen toch grotere insecten op water ziet, kan je best grote vliegen gebruiken.

Het vissen met de nimf of de larve

Meestal doet men een worp en laat men de nimf afzakken. Probeer steeds na de afworp onmiddellijk kontact te krijgen met je vliegen door lichtjes je lijn binnen te halen tot je je vlieg(en) voelt bij het binnen halen van de lijn. Ik weet dat dit zeer moeilijk is, maar je moet dit leren aanvoelen. Je vraag zal zijn "Waarom?". Wel veel vliegvissers weten dit niet, maar heel dikwijls wordt je vlieg al gegrepen in het afzinken. Indien je dan geen kontact hebt met je vlieg(en), ga je deze aanbeten ook niet registreren en gaan je vangstkansen al zeer sterk om laag. Deze werkwijze gaat op voor alle vliegen, die onderwater worden gevist, dus niet alleen voor het nimfvissen.
Een tweede zaak, dat je altijd moet doen, is tellen (ongeacht met welke vlieg je vist). Dit om je diepte te bepalen. Je werpt in en je telt bv. van 1 tot 5 en je begint dan je lijn in te halen. Je doet dit een aantal maal. Heb je na een 10-tal keren nog steeds geen aanbeet gehad, dan ga je verder tellen (bv. van 1 tot en met 10). Op deze manier ga je door tot je een aanbeet krijgt. Hierna ga je steeds je lijn laten afzinken tot op deze diepte, want de kans is groot dat er nog vissen op deze diepte zwemmen. Immers in een meer heb je steeds een spronglaag en dit is de laag, waar het water de juiste temperatuur heeft voor het insectenleven onderwater. Het is dan ook logische dat de forellen daar vertoeven, want daar zwemt hun maaltje rond. Het is deze laag, die je moet trachten te vinden, door het tellen tijdens het afzinken van de lijn.
Nu, hoe vissen we eigenlijk met nimfen? Meestal worden nimfen zeer traag gevist. Dit bekomt men door de nimfen met achtjes binnen te vissen. Hierbij haalt men zijn lijn in door de lijn vast te nemen tussen duim en pink en dit te herhalen, waardoor men geleidelijk de lijn binnen haalt.
In de winter maanden vist men best diep en kiest men voor snelle zinkende lijnen en vist men tevens zeer traag met achtjes (hierbij ga je soms de bodem voelen).
In de zomer maanden vissen we meestal vrij ondiep en vissen we met snellere achtjes afgewisseld met ingebouwde pauzes van enkele 10-tal seconden.In de zomer kan men zelfs aanbeten veroorzaken door de nimfen binnen te strippen met rukjes, afgewisseld met ingebouwde pauzes. Let vooral op de subtiele aanbeten tijdens deze pauzes of juist erna, als men terug begint te strippen.

Dikte van de leaderpunt:
Zie droge vlieg

Grootte van de vlieg:
Hier zijn de regels nl.
  • In het begin van het seizoen gebruikt men grotere nimfen en naargelang het seizoen vordert kleinere.
  • Hoe meer er no-kill gevist wordt, hoe groter je vangstkansen zijn met zeer kleine nimfen (haakmaat 16-18).

Het vissen met streamers

Een steamer kan men op alle manieren binnen vissen gaande van heel traag binnen vissen (achtjes) tot het zeer snel binnen halen wat ook wel eens rolly polly of zessen genoemd wordt. Bij dit laatste wordt de streamer of streamers gelijk matig binnen gevist zonder onder breking.
Hoe doet men dit?
Men plaatst de hengel onder een arm en met haalt de lijn met binnen met beide handen in een gelijktijdig tempo. Dit tempo kan snel of traag zijn. Dit is een zeer effectieve methode en is dan ook op sommige meren of reservoirs (Engeland) niet toegelaten tijdens wedstrijden.

De meest voorkomende werkwijze

Werp de streamer zover mogelijk in. Begin onmiddellijk te strippen, of indien men de vlieg(en) verder wil laten afzinken, neem je onmiddellijk kontact op met je vlieg(en). Dit laatste gebeurt op dezelfde wijze als bij het nimfen. Eens de vlieg(en) op diepte is (zijn), begint men te strippen. De snelheid waarmee je moet strippen, moet je zelf trachten te bepalen. Dit varieert van dag tot dag.
Hoe doe je dit?
Wel je vist enkele worpen op dezelfde manier. Indien je geen aanbeten krijgt, verander je de wijze van binnen strippen (sneller of trager) en zo ga je door tot je aanbeten krijgt. Helpt dit voorgaande nog niet, dan kies je voor een ander type van lijn (sneller zinkend of trager zinkend) en herhaalt men vorige werkwijze. Levert dit nog niets op, dan verander je van vlieg(en) en begin je opnieuw. Observeer ook steeds het water en zie of je geen vissen ziet zwemmen. Observeer ook hun gedrag, dikwijls leidt dit al tot de juiste keuze van je vlieg(en). Tip: Vergeet ook niet op het einde je stok te liften, waardoor je je lijn versnelt. Dikwijls volgt dan nog een aanbeet van een forel, die je vlieg al de ganse tijd volgt. Deze werkwijze gaat ook op voor het nimf- en natte vliegvissen (zie hieronder).

Dikte van de leaderpunt:
Van 0,18 mm tot 0,25 mm.
Hier mag men met een vrij dikke leaderpunt vissen omdat men de vlieg(en) met een grote snelheid door het water laat bewegen. Indien men dit niet doet heeft men een vrij grote kans op leaderbreuk bij een aanbeet. Dit omdat je vlieg(en) abrupt worden gestopt, wat een zeer grote trekkracht op je leader te weeg brengt met lijnbreuk tot gevolg.

Grootte van de vlieg:
Hier is maar één regel namelijk..
Hoe meer er no-kill gevist wordt hoe groter je vangstkansen zijn met zeer kleine streamers (haakmaat 10-14 en international size (24 mm of kleiner voor de totale lengte van je streamer).

Het vissen met de natte vlieg

Wanneer we met de natte vlieg op stilstaand water vissen, dienen wij onze natte vlieg met schokjes door het water te laten bewegen net zoals bij het nimf- en streamervissen (zie hierboven).
Men kan de natte vlieg als enige gebruiken; men kan ze ook aan een zijlijntje (dropper) binden in combinatie met een verzwaarde nimf of streamer op de punt en eventueel nog een derde vlieg aan een zijlijntje. Dit heeft als voordeel dat men op drie verschillende diepten vist.

Het vissen met emergers

Men kan ze vissen:
  • Half water
  • Kort onder het wateroppervlak
  • In de waterspiegel (gesopt)
Blaas de emergers wat leven in door de lijn met schokjes binnen te vissen. Bouw ook rustpauzes in door de vlieg enkele seconden te laten stil liggen of hangen.

Hoe registreert men de beten bij het "nat vissen"?
  • Op het gevoel.
    Ik verklaar me nader: Ik vis meestal met mijn top van de hengel onder de waterspiegel, waardoor ik direct kontact heb met mijn vliegen en ik dus ook onmiddellijk de aanbeet registreer.
  • Men houdt de hengel lichtjes schuin naar beneden zodat de vliegenlijn in een klein bochtje naar beneden hangt. Men kijkt aandachtig naar dit bochtje en bij een eventuele beet zal de bocht iets strakker aangespannen worden, wat het signaal is om aan te slaan.
  • Men kan ook gebruik maken van een beetverklikker (dit kan een goed drijvende vlieg zijn zoals bv. een palmer, een booby of een floating fry (= een dood drijvend visje)), indien je met een droge lijn vist.
Tot slot:
Er kan nog veel meer verteld worden, doch iedereen heeft zo zijn eigen manier van vissen. Indien je echter, al wat ik hier verteld heb, toepas dan ben ik ervan overtuigd, dat je snel een goede "reservoir" visser zal worden!



FrankSawyer .be © 2005