Frank Sawyer flyfishing club
Online

Aan de slag met boobies

In de afbeelding hierboven zien wij een klassiek gebonden booby: een staart van marabou, een body van chenille (eventueel met ribbing) en als ogen 2 ethafoam-bolletjes.
Des te kleiner de ethafoam-bolletjes, des te minder bindmateriaal men mag gebruiken! Want al dat materiaal slorpt water op en verzwaart dus de vlieg. Gevolg: minder drijfvermogen.
Op reservoirs waar men de "catch and release" toepast is het vissen met boobies dikwijls niet toegelaten. Eén van de voornaamste redenen hiervoor is het feit dat de booby soms diep ingeslikt wordt. Dit gebeurt wanneer men een snelzinkende vliegenlijn tot op de bodem laat afzinken en de booby bewegingsloos boven de bodem laat drijven. De slappe leader belet het rechtstreeks contact met de booby zodat men een aanbeet niet voelt. De vis heeft dus de tijd om de vlieg in te slikken. Men voelt pas de beet wanneer de vis wegzwemt en dus de leader aanspant. Ondertussen is het kwaad geschiedt want een diep geslikte booby verwijderen brengt ernstige schade toe aan de vis.
Boobies kunnen op verschillende manieren aangewend worden. Hierna volgen er enkele.

Methode 1: met een snelzinkende lijn en een zeer korte leader van 50 tot 80 cm + 1 booby
Na het inwerpen geeft men een lange "strip" om contact te maken met de booby. Vervolgens laten we het geheel afzinken terwijl we continu langzame "achtjes" maakt om het contact te behouden. Het is immers goed mogelijk dat een vis toehapt gedurende de afzinkfaze. Eens de lijn de bodem bereikt heeft kunnen wij:
niets doen en de booby gewoon in het water laten zweven. Deze methode is dus af te raden om de hierboven vermelde redenen tenzij wij de "put and take" toepassen.
De lijn langzaam en continu met "achtjes" inhalen. Des te sneller wij de lijn inhalen, des te minder kans heeft de vis om de vlieg diep in te slikken
Af en toe een lange strip geven waardoor de booby naar beneden getrokken worden. Vervolgens niets doen gedurende 2 à 3 seconden om de booby terug te laten opstijgen. Bij het opstijgen krijgt men de meeste aanbeten maar dan is de kans op diep inslikken weer groter. Daarom: niet meer dan 2 à 3 seconden!
Deze technieken kunnen op bepaalde dagen zeer productief zijn, vooral in het vroege voorjaar wanneer de vis kort bij de bodem vertoeft. Dezelfde situatie treffen wij aan in volle zomer wanneer de vis de onderste, koelere waterlagen opzoekt.

Methode 2: met een snelzinkende lijn, een leader van +/- 3 meter + 2 boobies
Wij binden een booby aan de punt van de leader en de tweede aan een zijlijntje op 1,5 m van de vliegenlijn. Na het inwerpen laten wij de lijn zinken tot op de bodem. Vervolgens halen wij weer in met langzame of snellere "achtjes" . Af en toe een lange strip en dan even wachten om de booby te laten opstijgen.
Indien men vermoedt dat de vis zeer kort tegen de bodem ligt, verkort men de leader en de afstand tussen de bovenste vlieg en de vliegenlijn.
Op het einde van het inhalen, als er nog een drietal meters vliegenlijn in het water is, lift men de hengel opwaarts met trilbewegingen van de hengel.
Om tijdig te weten wanneer men de zinklijn moet beginnen op te liften, is een merkteken op 3 m van het uiteinde van de lijn heel nuttig.

Toe te passen tactiek wanner er steil aflopende oevers zijn:
- werp in met een hoek van +/- 30 graden t.o.v. de oever en laat afzinken. Door het feit dat men op een helling vist, vist men met de 2 boobies op 2 verschillende diepten
- zelfde manier van inhalen als daarnet beschreven.
- indien men geen aanbeet krijgt werpt men in met een hoek van 40 – 50 – 60 … graden tot men aanbeten krijgt.

Methode 3: met een snelzinkende lijn, een leader van 3 meter + 1 booby en 2 buzzers of nimfen
Wij plaatsen 1 booby aan de punt en 2 buzzers of nimfen aan zijlijntjes met 1 m tussenafstand. Men laat de lijn afzinken tot op de bodem. We halen in met achtjes en geven regelmatig één langere strip waarbij de booby en de buzzers/nimfen naar beneden getrokken worden. Wanneer de booby nadien weer langzaam opstijgt trekt hij de leader mee opwaarts. Dit lijkt op buzzers of nimfen die naar de oppervlakte willen opstijgen om uit te komen.

Methode 4: met langzame en sneller zinkende lijnen boven de bodem
Boobies kunnen met gelijk welke vliegenlijn gevist worden en op gelijk welke diepte. Vist men met zinkende lijnen dan gebruikt men de "aftelmethode". Na het inwerpen telt men tot 5 (5 seconden) waarna men de lijn begint in te halen. Wanneer dit na enkele pogingen geen resultaat oplevert telt men tot 10 – 15 – 20 … tot men op de juiste diepte zit en dus aanbeten krijgt.
Deze juiste diepte blijft niet noodzakelijk de ganse dag dezelfde. Ze kan zelfs op enkele uren tijd variëren onder invloed van de lichtinval, de aanwezigheid van voedsel, de watertemperatuur ed.

Methode 5: de "waslijn-methode"
Bij de "waslijn-methode" wordt de booby steeds aan de leaderpunt gebonden. Men kan eventueel een tweede booby aan het bovenste zijlijntje bevestigen.
Mogelijke variaties:
>>> "waslijn-methode" met een zinkende lijn + 1 booby + 2 nimfen of buzzers
Bij deze methode gebruikt men één booby als puntvlieg met nimfen of buzzers aan de zijlijntjes. De onderlinge afstand tussen de vliegen bedraagt +/- 1,2 à 1,5 m.
De booby heeft veel weerstand in het water en zijn drijfvermogen vertraagt de afzinksnelheid van de vliegenlijn. Aldus kunnen de vliegen trager binnen gehaald worden en kan men langer op dezelfde diepte vissen.
Wil men dieper vissen verwisselt men de vliegenlijn door een sneller zinkende lijn.

>>> waslijn-methode met een drijvende vliegenlijn + 1 booby + 2 nimfen of buzzers
Zelfde montage als hiervoor.
Als men na het inwerpen niets doet zullen de nimfen of buzzers langzaam zinken en de booby aan de punt dichter bij de bovenste vlieg brengen. Het is alsof de "waslijn" doorzakt. Als wij daarna enkele trage "achtjes" maken zullen de vliegen weer opstijgen. Dit bootst op een natuurlijke manier het gedrag van nimfen of buzzers na gedurende hun emergerstadium.
Hetzelfde effect hebben we wanneer we 1 booby aan de punt en 1 booby aan het bovenste zijlijntje plaatsen met daartussen een nimf of buzzer. Wanneer we niet inhalen zinkt de middenste vlieg en komen de 2 boobies naar mekaar toe.

Methode 6: de "popper-methode"
Deze techniek is dikwijls efficiënt wanneer er veel wind is.
Wij gebruiken een drijvende lijn. De booby wordt aan het bovenste zijlijntje geknoopt. Aan de punt en het eerste zijlijntje komen er nimfen of buzzers.
Men kan zich ook beperken tot één booby aan de punt.
Men stript snel binnen. De booby acteert als een popper en veroorzaakt veel turbulentie in het wateroppervlak wat de aandacht van de vis trekt. Indien deze de booby niet neemt, en men vist met meerdere vliegen, blijven er nog altijd de twee nimfen of buzzers om toe te happen.
Deze methode kan ook met zinkende lijnen toegepast worden en eventueel ook met 2 of 3 boobies i.p.v. de nimfen of buzzers. Wanneer men stopt met strippen stijgen de boobies wat ook weer een reactie van de vissen kan uitlokken.

Methode 7: de "hang-techniek"
Deze techniek is enkel toe te passen wanneer men vist met een zinkende lijn vanuit een boot of bellyboat.
Men plaatst een booby aan het bovenste zijlijntje met daaronder 2 buzzers of nimfen.
Nadat de zinklijn kort bij de boot verticaal onder de hengeltop hangt, haalt men de vliegen langzaam met "achtjes" naar boven met af en toe een rustpauze waarbij men gewoon niets doet. Nadat de booby aan de oppervlakte gekomen is, wordt hij langzaam boven water getild. Zo kan het gebeuren dat een vis, die de booby gevolgd is, terug naar beneden duikt en onderweg de nimfen of buzzers opmerkt en toehapt.
De Engelsen noemen deze techniek "fishing on the hang".

Nog enkele bemerkingen
Kleuren die het goed doen: zwart – wit – chartreuse – geel – oranje …
Gebruik geen slappe hengel want de booby biedt bij de aanslag nogal wat weerstand wat het zetten van de haak bemoeilijkt.
Indien men met twee boobies vist bindt men het best één donker gekleurde en één licht gekleurde aan.
Het kan zijn dat men verschillende beten krijgt zonder een vis te kunnen haken. Dit kunnen we verhelpen door het inhalen plots te stoppen en daarna te versnellen of door dezelfde inhaalsnelheid te behouden tot de vis zichzelf haakt.
Wanneer regelmatige aanbeten verminderen en zelfs stoppen kan een andere booby-kleur de oplossing bieden
Een andere oorzaak van missers kan zijn dat de haakpunt bedekt is door bindmateriaal (bijvoorbeeld de maraboustaart) of dat de haak te klein is t.o.v. de boobie-ogen of dat de haakbocht te klein is (gebruik daarom een "wide gape" haak).
Een booby als puntvlieg biedt veel luchtweerstand bij het werpen. Zo kan het dikwijls gebeuren dat de leader niet mooi overslaat bij de afworp. Daarom is het noodzakelijk dat we het inhalen starten met 1 of 2 krachtige lange strips om het contact met de booby en de andere vliegen te herstellen.
De booby-ogen kunnen in grootte variëren. Gebruik kleinere ogen bij een drijvende vliegenlijn, middelmatig grote bij intermediate- en langzaam zinkende lijnen en de grootste bij de snelzinkende lijnen.
Wees voorzichtig bij de aanslag want aanbeten kunnen zeer brutaal zijn. Dit komt gewoon door het feit dat de booby aan de punt als een anker fungeert, het inhalen afremt zodat de leader meer gestrekt is en men dus meer in contact is met de vliegen.
Gebruik in de winter geen felgekleurde boobies! De vissen azen in die periode meestal op kleine visjes ("fry") of kleine zwarte buzzers. Gebruik dan zilver-, witte of zwarte kleuren.
Vis diep en traag in de vroege ochtend. Vis ondieper als de temperatuur gestegen is.

S u c c e s !

FrankSawyer.be © 2005

Valid HTML 4.01 Transitional