|
Cuba Tarpon en Bonefish : Adrenaline puur !!
Tekst: Marcel Box
« Psst, 3 tarpon coming from the mangroves, see’em? » fluistert mijn gids Gilberto. Ik kijk in de aangewezen richting , en zie 3 lange schaduwen langzaam van tussen de mangrovewortels glijden. Ik heb 3 seconden om mijn chartreuse-witte tarpon bunny 15 meter ver te plaatsen alvorens de tarpons in het volgende mangrovebosje verdwijnen. De eerste worp is ongeveer goed, niet in de bosjes en een 2 tal meter schuin voor de eerste vis. “Strip, strip” fluistert de gids. Ik strip,”faster faster”sist Gilberto. Ik strip sneller, de eerste tarpon zwemt op zijn gemak richting streamer. “Strip fast, faster” sist Gilberto opnieuw. De tarpon schijnt te beseffen dat zijn prooi dreigt te ontsnappen, versnelt tot tegen de vlieg, maar neemt ze niet. Stop stop, fluistert Gilberto, waarop de tarpon schijnbaar ongeinteresseerd wegdraait, “strip again, fast, fast”. 2 lange halen, de tarpon draait bliksemsnel om, ik zie zijn gigantische muil de streamer binnenslurpen. Hartslag (de mijne) is nu ong. 180, ben een beetje verlamd. “Set the hook, set the hook” sist Gilberto opnieuw. Dit keer doe ik alles goed, hengel naar de vis wijzen, flinke ruk aan de gestrekte vliegenlijn, tweede ruk aan gestrekte hengel. De tarpon schijnt de eerste seconde niet goed te beseffen wat er gebeurt, maar is de volgende seconde uit het water, schudt woedend de kop, maar ik zie dat de streamer goed in de hoek van de muil vastzit. Hengel naar de vis buigen als hij springt, dan schiet de vis als een raket richting Caraibische Zee, op enkele seconden is de backing al uit het topoog, opnieuw springt de vis en schudt verwoed de kop om de vervelende haak kwijt te raken.
Na een kwartiertje en nog een 3-tal sprongen en ditto runs, komt de vis binnen handbereik....
Ik blijf enkele minuten wezenloos zitten om te bekomen, maar Gilberto heeft ondertussen de boot al gedraaid en fluistert “You still want to fish or what?” en wijst naar de mangroves...
Voorbereiding.
Na een eerste gezamenlijke visreis in 2009, hebben Wim en ik besloten dat we elkaars gezelschap nog wel konden uitstaan voor een nieuwe vistrip.
Wim zag mijn enthousiaste verhalen over bonefish en tarpon in Cuba wel zitten, temeer omdat de gunstige dollarkoers en uitschakeling van enkele tussenpersonen de prijs nog konden drukken tegenover mijn trip van 2008.
Ruimschoots op tijd geboekt (Cubaanse admininstratieve molens draaien nog veel trager dan hier), dus voldoende tijd voor de voorbereiding, en dat is wel nodig als je budget niet onbeperkt is.
Via het internet en diverse beurzen (al dan niet tweedehands) hengels, molens, vliegenlijnen , bindmateriaal en aangepaste kleding samengezocht, waarbij mijn eerdere ervaring met dit soort visserij al een goede leidraad was.
Qua materiaal gelden andere regels dan voor de reguliere forel- of zalmvisserij.
Reels, en dan vooral de kwaliteit van de slip en de capaciteit voor voldoende backing (200m), zijn hier een belangrijk onderdeel van de uitrustiing. Ook vliegenlijnen moeten aan de tropen en aan het zoutwater aangepast zijn, evenals leaders.
Qua hengels kun je voor bonefish met een goede reservoirhengel voor een 8-lijn volstaan, voor baby-tarpon,jacks, snook etc. is het minimaal een 10-hengel. Nadruk moet meer liggen op stevigheid dan op gewicht, omdat je meestal alleen werpt als je een vis ziet. Verschillende merken hebben trouwens een speciale “zee” serie in het assortiment.
Ook voor kleding de nodige aandacht. Als je niet na 1 dag als een gekookte kreeft in je hotelkamer wil blijven, is een lange broek, hemd met lange mouwen, handschoenen en pet of hoed met nekklep in een lichte en zonwerende stof onontbeerlijk.
Leaders voor bonefish zijn ong. normaal, 3m. getaperd met punt 24-26/100, wel hard nylon of fluorocarbon vanwege het schuren op koraalbodem. Voor (baby)tarpon heb je harde nylon nodig (Hard Mason bvb), 1.5 m van 30 pond (ong.50/100) met nog stijvere shocktippet van 60-70 pond (80/100). Tarpon heeft een bek als een rasp, na 2-3 aanbeten moet je de shocktippet al vervangen). Ook de verschillende knopen (leader/vliegenlijn, leader/haak en leader/shocktippet) moeten de juiste zijn, getuige daarvan een tarpon die de coating van Wim’s vliegenlijn stripte omdat de leader “slechts” met een dubbele Allbright bevestigd was.
Uiteraard vis je ook met andere vliegen, waarbij de haken roestvrij, en zeker de tarponhaken van absolute topkwaliteit moeten zijn. Hier enkele euro’s besparen is de grootste fout die je kan maken, zelfs zg. “baby-tarpon”(alles onder 25 pond) plooit of breekt een 2/0 haak moeiteloos.
Na de nodige vliegbindsessies was het vliegenassortiment klaar, voor de gemoedsrust toch nog wat bindmateriaal meegenomen (achteraf gebleken onnodig).
Tot slot een belangrijk advies: je kan in Cuba absoluut niets kopen op vliegvisgebied, dus lijstjes maken en afvinken is de boodschap.
De Reis
Op Paasmaandag 5 april om 10h.met Iberia naar Madrid, dan overstappen en om 16h. non-stop Havana, aankomst rond 21h. Plaatselijke tijd (GMT – 6h). Taxi (de ene al kleurrijker en aftandser dan de andere) naar hotel Florida in het oude centrum van Havana. Schitterend koloniaal hotel, en favoriete verblijfplaats van Ernest Hemingway, die in Cuba zijn beroemde “The old man and the Sea” schreef.
Oud Havana is prachtig, en werd enkele jaren geleden onder Unesco Werelderfgoed geplaatst. Vooraanstaande burgers letten er angstvallig op dat de beschikbare fondsen ook naar de restauratie gaan, hetgeen niet vanzelfsprekend is in een land waar grote tekorten zijn van alles en nog wat.
Ook veilig, er is veel politie, (en naar het schijnt ook geheime politie) in het straatbeeld. Bovendien zijn Cubanen zeer vriendelijke en trotse mensen, geen bedelaars, ze willen je wel sigaren, rum of seks verkopen, maar als je hiervoor bedankt (je mag kiezen voor welk van de 3), laten ze je met rust. In vele cafés aanstekelijke life- muziek en dans, en uiteraard bijzonder lekkere en goedkope mojito’s, Cuba Libres en Daiquiri’s.
Hier kun je zeker enkele mooie dagen blijven, maar voor ons riep de visplicht, dus ’s namiddags van de volgende dag huurauto opgehaald, stad uit richting Varkensbaai, een rit van een 4-tal uren. Autorijden is een rustige bedoening in Cuba, er zijn weinig auto’s, zelfs Havana is op het spitsuur niet veel drukker dan Brussel op een zondagnamiddag in augustus. Wel moet je op alles voorbereid zijn, zoals paarden, voetgangers, fietsers, karren, zelfs op de autostrade. Vooral ’s avonds nogal hallucinant, wegens het ontbreken van elke vorm van verlichting.
Ook onze inspanningen voor een leefbare planeet zijn hier geen thema, te oordelen aan de zwarte walm achter iedere auto, kamion of bus.
Rond 20h intrek in Hotel Playa Larga, een redelijk modern, proper hotel in paviljoenstijl op het strand van de Varkensbaai, met airco en TV op de kamers, strandbar, zwembad etc., picco bello naar Cubaanse normen. Alleen het eten was eentonig en smakeloos. Nu moet je niet naar Cuba voor een culinair avontuur, maar het kan zeker veel beter dan in dit hotel. Getuige een maaltijd die we in een van de “Paladares”(privé eetadressen, soms met overnachting) genoten.
Ook het Hotel Don Pedro, waar ik in 2008 verbleef, had een veel betere keuken.
’s Avonds eerste briefing met de gidsen, en overleg over het programma.
Het gebied Cienaga de Zapata is een beschermd natuurgebied, bestaande uit moeras en flats, ong. even groot als 3 Belgische provincies. Het gebied weerstaat tot op heden goed aan de commerciele druk, en is de visserij (voorlopig nog) zeer kleinschalig. Zo zijn er slechts 8 bootjes zonder motor voor 1 vliegvisser+gids voor het ganse flatsgebied, en 3 motorboten voor Rio Hatiguanico, alles catch and release. De gidsen zijn door de staat betaald, en werken in het gebied ong. 4maand als visgids, en voor het overige als eco-gids.
Er zijn wel plannen (die echter al jaren plannen zijn) om een groot hotelcomplex middenin het gebied te bouwen, dit zou volgens velen wellicht een zeer negatieve invloed op de visserij hebben.
Er zijn 3 zeer onderscheiden types visserij, die ook ong.60km van elkaar afliggen:
-Tarpon in een junglerivier (Rio Hatiguanico),2-6m diep,zinkende lijnen en streamers, meestal blindcasten richting oever en mangroves vanuit een motorboot.
-De klassieke “flats”visserij: uitgestrekte ondiepe (20-70cm) lagunes voor bonefish, barracuda en occasioneel permit en jacks die je vist vanuit een platbodem bootje zonder motor.
-De “channels”visserij: de overgang van de flats naar de open oceaan: diepe kanalen, afgewisseld met ondiepe poelen, mangrovebosjes: een absolute topvisserij zowel qua afwisseling als qua uitzicht, hier kom je tarpon, roggen, barracuda, snappers,jacks etc. tegen.
Wij kozen voor 2 dagen rivier (de tarponvisserij was niet top vanwege te weinig vers water en nog te lage watertemperatuur), 1 dag “channels” en 3 dagen flats.
De Visserij
Rio Hatiguanico
Zoals gezegd was de visserij op tarpon niet optimaal wegens lage waterstand en nog relatief lage watertemperatuur. Tarpon komt mee met de prooivis in de riviermondingen, maar wij zagen niet veel tarpon springen en rollen aan de oppervlakte, in tegenstelling tot mijn trip in 2008. In slechte omstandigheden concentreren de aanbeten zich meestal in periodes van 1 uur, en je mag toch nog een 5-tal aanbeten verwachten (in het engels zegt men, “to jump a tarpon”). Nu is een vangstratio van 1 op 5 vrij normaal bij het tarponvissen, zeker voor “forelvliegvissers”. Je kunt de haak onmogelijk in de keiharde bek van een tarpon (die helemaal uit hard hoornbeen bestaat) zetten als je met de hengel aanslaat. Je moet bij een aanbeet dus een flinke haal geven aan de gestrekte vliegenlijn, waarbij je hengel naar de vis wijst, en dan moet je nogmaals de hengel zelf naar je toe trekken. Geef toe, als je gewend bent met 12/100 te vissen is deze methode nogal belachelijk, maar hier vis je met een leader die je zelf niet kan overtrekken. Bovendien gaat alles zo bliksemsnel dat tarpon meestal al op zijn staart loopt, of al in je backing zit voordat je ueberhaupt in staat bent om te reageren. Ik kan me niet voorstellen dat er ,pond voor pond, krachtigere en snellere vissen bestaan die je nog met een enigszins normale vliegvisuitrusting kunt vangen. Bovendien springen ze wild rond en schudden woedend de kop,zodat je haak echt goed moet zitten om de vis niet te verliezen. Zit de haak wel goed vast,is het zaak om niet op je vliegendraad te staan, te zorgen dat je vingers niet tussen de draad geraken en dat de hendel van je reel je vingers niet blauw slaat. Het belang van een goede reel, en zeker de kwaliteit van de slip kan niet overgewaardeerd worden. Een vis afremmen met de vliegendraad kun je ook vergeten als je je vingers niet wil verbranden.
Wim haalde dat gemiddelde met een mooie (baby)tarpon van ong. 20 pond. en een 5-tal aanbeten, ikzelf had 1 mooie snook van 15 pond en 5 gemiste tarpons.
De tweede dag ong. hetzelfde scenario, dit keer had ik een mooie tarpon wel goed gehaakt, maar hij vond een gezonken boomstronk en was weg met de streamer.
Al met al qua resultaat vrij mager, maar qua adrenaline en natuurbelevenis fantastisch. Alle aanbeten kwamen ditmaal op zwarte of paarse streamers met rood (Tarpon Bunny, Black Death). In 2008 heb ik veel meer tarpon gevangen, en toen uitsluitend op chartreuse/witte streamers, dus ook hier zijn er geen zekerheden. Toch heb je voldoende aan een 5-tal streamersoorten in bovenvermelde kleuren en wat gummy minnows, alles op haken 1/0 en 2/0. De streamers worden met een lusknoop aan de shocktippet (80/100 stijf nylon) geknoopt, zodat ze vrij kunnen bewegen. Zoals gezegd, je vist met een 10 hengel en een zinkende of sinktip 250 grains. Best vermoeiend om mee te werpen, maar je vist niet konstant, alleen de meest belovende oeverpartijen of diepe stukken.
Volgens de gidsen is de periode rond einde mei beter, de watertemperatuur is dan hoger, meestal regent het behoorlijk van medio april to medio mei zodat ook de waterstand dan hoger is. Ook dit is geen zekerheid, in 2008 was ik er ook medio april, met een 20-tal tarpons op 3 visdagen, die toen duidelijk actiever waren
Las Salinas (de flats)
5 bonefish, 10 o’clock, 12 yards” fluistert Gilberto, “cast, cast”. Ik zie niets, alleen maar het spel van zon en schaduw en golven over een licht gevlekte ondergrond. Na een tweede “cast cast, 12 o’clock,15 yards” werp ik toch maar in de aangeduide richting, pal op de vissen die ik pas zie als ze als een speer over de flat schieten. Dit levert mij een vernietigende blik op van Gilberto, maar hij zegt niets...
Als je jezelf bij de ervaren vliegvissers rekent (na 35 jaar praktijk en vele reizen doe je dat al eens) is enige nederigheid hier op zijn plaats. Ook een olifantenvel komt van pas, al was het maar om het nauwelijks verholen misprijzen van sommige gidsen te trotseren als je het weer eens verprutst hebt.
Bonefish word ook wel “the ghost of the flats” genoemd, en dat is een erg toepasselijke naam. Je ziet ze nagenoeg niet, soms duiken ze vlak bij je boot op, maar als je ze ziet zijn ze alweer weg. Ze fourageren ook niet rustig en kalm, maar zwemmen schichtig rond in een grillig patroon. Ook niet abnormaal van wege het biotoop, zeer ondiep, volle zon,vaak witte zandbodem, en de verschillende rovers (barracuda, haaien, roofvogels allerhande). De gidsen zijn erg goed in het ontdekken van de vis, en na enkele dagen lukt het bij de vissers ook al beter, al ben je erg afhankelijk van de omstandigheden (veel of weinig wind en zon, heldere of donkere ondergrond.) Als er veel wind staat (en dus golven) voelen ze zich wat veiliger, en kun je regelmatig bonefish aanwerpen op 10m of minder van de boot. Is het weer rustig, dan zijn ze veel schichtiger en moet je 15-25m werpen.
Je krijgt zelden meer dan 1 kans voor je worp, de vis “lijnen” betekent automatisch paniekvlucht, evenals de vlieg tekort bij de vis plaatsen.
Dit alles maakt het vissen op bonefish tot een echte uitdaging. Het is zaak om met max. 1 à 2 valse worpen, vaak in een strakke zeebries, je vlieg ong. 2 meter in de zwemrichting voor de bonefish te plaatsen.
Gelukkig is bonefish meestal niet erg kieskeurig omtrent de vliegen, zeker niet in Cuba waar een hele lichte visdruk is (in tegenstelling tot de Bahama’s, of nog erger, de Florida Keys) Haast alle klassieke patronen (gotcha’s, crazy charlies, kleine krabimitaties) in heldere kleuren op haak 6 zijn ok. Wel zorgen voor niet teveel glitter, zeker bij felle zon. Het zijn ook echte bodemazers, getuige de onderstandige bek à la barbeel, dus ook de diepte is niet echt een probleem.
Is je worp dus gelukt, de vis niet gevlucht en zwemt hij verder in de richting van je vlieg, strip je met korte rukjes je vlieg over de bodem binnen. Dat lukt goed omdat alle vliegen “upside down” door het water gaan (je bindt dumbbell eyes in bovenop de vlieg, zodat ze ondersteboven afzinkt). De vis reageert op de stofwolkjes die je vlieg veroorzaakt, en dat is je laatste probleem: neemt hij de vlieg of niet. Soms is de aanbeet overduidelijk door een voelbaar rukje, soms voel je alleen je leader straklopen en soms niets, vaak spuwen ze de vlieg onmiddellijk uit. Je kunt de beet soms ook wat uitlokken door sneller binnen te strippen, of net te stoppen met strippen als je nalopers krijgt.
Ook hier aanslaan met een korte ruk van de snoerhand, en daarna pas hengel hoog omhoog,. Het duurt een tel voordat de vis merkt dat hij aan iets vastzit, maar dan gaat het van 0 naar 100 in 2 seconden. Je hebt uiteraard gezorgd dat je vliegendraad vrij is, en de slip van de reel goed afgesteld. Probeer niet de vis af te remmen bij de eerste run, er zijn weinig obstakels, en de flats zijn kilometers groot. Na enkele dagen kun je het formaat vis schatten a.h.v. de lengte van de eerste run: een 3 ponds bonefish zal na zo’n 50m.stoppen, een 6-ponds vis stopt pas na 100 m. De vis zal zo’n 2-4 runs ondernemen, telkens korter, tot hij rond de boot begint te zwemmen en tenslotte klaar is om te landen (met de hand, reanimeren en terug zetten).
Zoals gezegd, er zijn weinig obstakels en schuilplaatsen op de flats, dus de snelheid van de bonefish is zijn enige overlevingskans. Als beginner ben je wel eens ontgoocheld over het formaat vis in je hand, terwijl je tijdens runs denkt een record-bonefish aan de lijn te hebben.
In Las Salinas schat ik de gemiddelde bonefish op 4 pond (rond 45cm) met uitschieters tot ong. 7 pond (65cm)
In het kader van een biologisch onderzoek heeft mijn gids de laatste dag alle gevangen vis getagd, en de formaten opgeschreven: 19 bonefish tussen 39 en 63cm. Dit was mijn beste dag van de 3 (in totaal 39 bonefish) en ik was best tevreden, maar ik besefte toch dat ik er minstens het dubbele kon gevangen hebben.
Dit om te illustreren dat je hier een hele drukke dag kan hebben op de flats, zeker als je leest dat in overige bonefish gebieden dubbele cijfers op een dag eerder uitzonderlijk zijn. Ter vergelijking: in 2008 ving ik 13 bonefish in 3 dagen in vergelijkbare omstandigheden.
Gecombineerd met het meest schitterende palet van groen, turkoois en blauw over gevlekte tot helderwitte zandbodem zijn dit dagen om nooit te vergeten.
Ook ontmoetingen met grote roggen, meterslange barracuda’s, duikende roofvogels en pelikanen blijven je bij.
De “channels”
Dit was het decor van mijn beginverhaaltje, en voor mij persoonlijk de mooiste en zeker de meest gevarieerde visserij van het gebied.
Dit is de overgang van de flats naar de open oceaan; Hier heb je diepe kanalen met getijdestromen, mangrovebosjes met kleinere poelen die met elkaar verbonden zijn via nauwe doorgangen in de mangrovebossen.
Telkens je met het bootje in een nieuwe poel komt is de spanning van het onverwachte daar: een grote barracuda middenin de poel, tarpon tussen de mangrovewortels, jacks en snappers in de gaten tussen de bosjes, een grote rog die binnen handbereik voorbijglijdt...
Hier kun je het volledige arsenaal vliegvismethodes bovenhalen: zinklijnen met zware streamers in de getijdestromen (meestal jacks), drijvende lijnen en precisiezichtvisserij voor tarpon tegen de mangroves, “pothole”visserij in de gaten voor snappers en jacks.
Jacks, en in mindere mate snappers, zijn zowat de meest ondergewaardeerde vissen van het gebied: een jack en enkele kilo’s aan een 10-hengel (!!) kan je al gauw een kwartier bezighouden. Ze zijn even snel als een bonefish en even sterk als een tarpon. Misschien minder uitdagend omdat ze zowat alles nemen dat voorbij komt. Van deze 2 soorten, die zeer lekkere consumptievissen zijn, nemen de gidsen al eens 1 of 2 stuks mee voor thuis.
Dit gebied wordt zeer licht bevist: vanwege de afstand moet je een motorboot hebben, maar om over de flats te geraken mag dat toch maar licht zijn. Meestal is er maar 1 visser, vele dagen niemand. Dit zal allicht de reden zijn dat het er nog zo maagdelijk is.
Ik moet er zeker terug naar toe, al was het maar voor de hele grote tarpon die ik er, door een foute worp, verjaagd heb. Misschien wel bewust , uit schrik dat ik hem zou haken en toch niet zou kunnen landen.
Tot slot
De “grey ghost of the flats” en “the silver king” zijn voor mij meer dan 20 jaar mythische begrippen geweest. Het heeft tot 2008 geduurd voor ik deze droom in realiteit omgezet heb. Vooral de aanschaf van materiaal (zeker voor tarpon) is een niet te onderschatten kost, maar internet en 2dehands sites maken het toch wat draaglijker.
Ik kan alleen zeggen dat de realiteit helemaal aan het verwachtingspatroon voldoet, en dat mag gerust hoog gespannen zijn. Dit kun je zeker niet van alle vistrips zeggen.
Daarbij dient gezegd dat dit gebied ongetwijfeld een van de allerbeste keuzes is voor de beginnende “flats”visser, met een zeer gevarieerde visserij, een kleinschalige en eco-vriendelijke organisatie, 1 visser met 1 gids (zelden in de tropen) qua prijs waar voor je geld en welhaast vangstgarantie.
Daarnaast zeer aangename temperaturen (25-30%) in maart/april, zeer eenvoudige en vriendelijke mensen en mojito’s aan prijzen die wij ons in Europa niet meer herinneren.
Dus: als je denkt alle mooie (zoetwater)vliegvisserijen te kennen, als je denkt dat een regenboogforel van 5 kg een sterke vis is, als je denkt dat een zalm haken qua adrenaline onovertroffen is: join the Bonefish/Tarpon Club.
PS:
Voor alle practische details qua materiaal, vliegen, prijzen en boeking sta ik graag tot jullie beschikking. Er volgt trouwens nog een fotoreportage van deze reis op 23 nov. in de visclub.
|