Frank Sawyer flyfishing club
Online

Wat leeft er op het water: Aalscholvers

Latijnse naam: 'Phalacrocorax carlo'

De meeste van ons hebben er reeds van gehoord of kennis mee gemaakt.
Deze vogel is bij ons ook bekend onder de naam "Cormoran", maar wat weten we van deze vogel?
Hij leeft meestal in de kustgebieden maar heeft zich nu ook sterk uitgebreid naar het binnenland.
Er is dan ook bij ons en in onze buurlanden nog weinig water van enig formaat waar de aalscholver niet regelmatig te zien is.
Deze vogel is mede hierdoor bij de (vlieg)visser sterk in opspraak gekomen.
Zijn voedsel bestaat uitsluitend uit vis en vraatzuchtig als hij is kan hij hiervan per dag tot zijn eigen gewicht naar binnen werken.
Ook grote exemplaren (forel van b.v. 35 cm) zijn voor hem niet veilig. Ook grotere vissen worden soms aangevallen en verwond.
Soms worden op reservoirs forellen gevangen van ca. 45 cm die in de flank bijtsporen vertonen die vermoedelijk afkomstig zijn van aalscholvers.
Hij is een goed onderwaterzwemmer, drijft meestal met meerderen een school vis bij elkaar om dan toe te slaan.
Als hij zijn krop volgepropt heeft vliegt hij laag boven het water terug naar zijn nest met jongen.
De nestjongen pikken ongeduldig naar de snavel van de oudervogel; steken hun snavel in zijn slokdarm om zo het opgebraakte voedsel te bemachtigen.
Men ziet aalscholvers met gestrekte vleugels vaak op takken, paaltjes of boeien zitten in de zogenaamde "heraldieke" houding.
Ze hebben namelijk geen beschermende olielaag op hun veren en moeten dus na elke zwempartij opdrogen.
Zijn sterke uitbreiding in onze kontreien heeft de aalscholver te danken aan de beschermende maatregelen die genomen werden begin van de jaren dertig toen de populatie door intense bejaging op een dieptepunt was gekomen.
Mede door de verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater waardoor de visstand is toegenomen en de zachte winters van de laatste jaren is het aantal exemplaren op onze reservoirs en rivieren enorm toegenomen, zodanig zelfs dat van een ware plaag gesproken wordt.
De aalscholver is dan ook bij ons een talrijke broedvogel geworden.
Zij broeden in kolonies, bij ons meestal in bomen, die dan vaak wit zien van de uitwerpselen en afsterven.
Het is een trek en standvogel, waarvan de jonge vogels meestal zuidwaarts trekken en de volwassen vogel dit enkel doen tijdens strenge winters bij gebrek aan voedsel.

Veldkenmerken:

Zwart verenkleed met groene weerschijn; witte kin en wangen, witte dijvlek; de geslachten zijn gelijk
Lengte: 90 cm.

Nest:

De aalscholver broedt in kolonies
Beide vogels bouwen aan een nest van takken waarin door het vrouwtje 3 eieren gelegd worden.
Deze worden door beide ouders gedurende 31 dagen bebroed.
De jongen die door beide ouders worden gevoed, vliegen na 48 tot 58 dagen uit.

Voedsel:

De aalscholver voedt zich voornamelijk met vis en vooral met paling en platvis indien voldoende aanwezig.
De aalscholver behoort tot de pelikaanachtigen, waarbij alle tenen van zwemvliezen zijn voorzien; het zijn dan ook uitstekende zwemmers, die hun prooi onder water achtervolgen.
Uitgezette forellen kunnen hiervan massaal het slachtoffer worden.

Foto's van aalscholvers:

FrankSawyer.be © 2005

Valid HTML 4.01 Transitional